Ode aan de beukenboom

Beukenboom

Diep geworteld in de grond
reiken jouw takken naar de lucht
De middagzon schijnt op jouw blad
een gouden gloed valt met een zucht
mijn wezen binnen
Verwarmt me en omarmt me
met de vurige omhelzing
van twee geliefden in de nacht

Onder de indruk kijk ik naar
de puurheid waarin jij
zo staande in de eeuwigheid
jouw stralende zijn laat zien aan mij
Ruimte vult zich in mijn lijf
als ik tijdens een diepe ademteug
de grootsheid aanschouw
van jouw intense kleurenpracht

wanneer ik jou zo staande zie
raakt jouw ziel de mijne aan
ieder getijde in het jaar
geef je mijn hart te verstaan
wat liefde is in zijn puurste vorm
maar op het moment dat de herfst
jouw blad verandert in puur goud
word ik week van binnen en verzacht

Overmand door een diepgeworteld
gevoel van liefde voor dat wat is
Voel ik de verbondenheid
met alles en beslis
dat als ik overmand word
door de vluchtigheid van alledag
ik dit ogenblik zal koesteren
van stille schoonheid en grootse kracht